scheidingslijn

De juiste led-strips kiezen en installeren: een complete gids

Ledstrips zijn intussen niet meer weg te denken uit moderne verlichtingsprojecten. Ze zijn veelzijdig, energiezuinig en esthetisch, maar de markt is groot en de kwaliteitsverschillen zijn aanzienlijk. Een verkeerde keuze of foutieve installatie kan leiden tot teleurstellende prestaties of een korte levensduur. In dit artikel bundelen we praktische tips en technische inzichten, zodat u als elektricien zeker de juiste keuzes maakt en fouten vermijdt.

Opbouw en soorten ledstrips


Een ledstrip is opgebouwd uit een flexibele printplaat (PCB) waarop individuele ledchips zijn gemonteerd. De verschillen tussen ledstrips worden voornamelijk bepaald door het type ledchip dat wordt gebruikt. Zo zijn er SMD-componenten (Surface Mounted Device), die via solderen worden bevestigd op koperen pads op de printplaat. Daarnaast komen de ledstrips met COB (Chip on Board) op de markt. Hierbij worden meerdere chips naadloos naast elkaar geplaatst voor een veel egaler lichtbeeld. In het verleden bestonden er ook niet-flexibele latten van ongeveer dertig centimeter met SMD-componenten, die aan elkaar konden worden gekoppeld. Deze uitvoering komt echter steeds minder voor en de vraag ernaar is vrijwel verdwenen.

Naast het type chip zit de variatie vooral in de lichtopbrengst en lichtkleur, zoals RGB, Tunable White of Dim-to-Warm.

Een ledstrip bestaat doorgaans uit twee lagen: een dunne voedingslijn waarlangs bijvoorbeeld 24 V wordt geleid, en de flexibele printplaat waarop de leds (SMD of COB) zijn gemonteerd. Daarbij worden per segment weerstanden geplaatst om de stroom te begrenzen, en bevinden zich soldeerpunten die het mogelijk maken de strip door te knippen en opnieuw te solderen. Voor eenvoudige bevestiging zijn de meeste ledstrips voorzien van dubbelzijdige tape. Bij waterdichte varianten wordt over de leds een beschermende epoxylaag aangebracht.

Ledstrips kunnen op twee manieren worden aangestuurd: weerstand gestuurd, waarbij de weerstanden de stroom reguleren, of IC gestuurd, waarbij geïntegreerde circuits zorgen voor een meer geavanceerde aansturing, zoals het individueel of per segment bedienen van de leds, wat bijvoorbeeld vaak wordt toegepast bij digitale RGB-strips.

 

Kwaliteitsindicatoren


Niet alle ledstrips zijn gelijk. Er dient rekening gehouden te worden met enkele parameters. De CRI (Color Rendering Index) kan gezien worden als een van de betere indicatoren voor de kwaliteit van leds. Die CRI dient minstens 80 te zijn. Als uw kleurweergave belangrijk is in de toepassing, bijvoorbeeld in winkels of bij kunst, dan dient u rekening te houden met een CRI groter of gelijk aan 90 of zelfs 95.

Een andere belangrijke factor is de SDCM (Standard Deviation of Color Matching), ook gekend onder de MacAdam steps. De meeste ledstrips zullen niet hoger gaan dan een SDCM van 3. Indien dat wel het geval is, kan er kleurverschil waargenomen worden tussen de verschillende SMD's op één strip.

Tot slot is de spanning van de ledstrip ook een belangrijke factor. Bij ledstrips die op 24 V werken is er minder spanningsverlies.

Ook om te zien of een strip niet kwaliteitsvol is, zijn er enkele indicatoren. Het is belangrijk om er op te letten dat alle gegevens vermeld staan op de verpakking, zoals lumen per meter, wattage per meter, lichtkleur, CRI, IP-waarde, voltage en of de led een CE keurmerk heeft.

 

De juiste ledstrip kiezen


De keuze van de juiste ledstrip begint altijd bij de toepassing, de montageomgeving en de gewenste lichtbeleving.

  • Voor sfeerverlichting wordt tussen de 500 en 1000 lm/m aangeraden.

  • Voor functionele verlichting, bijvoorbeeld onder keukenkasten, wordt 1.000 lm/m tot 1.500 lm/m aangeraden. Bij een lichte kleur van werkvlak zal 1.000 lm/m voldoende zijn, bij een donker werkvlak dient u toch naar de 1.500 lm/m te gaan.

  • Functionele verlichting tegen het plafond dient over meer dan 2.500 lm/m te beschikken. Indien deze dient om een bureau te verlichten, gaat u best naar 3.000 lm/m.


 

Elke situatie zijn lichttype


Voor algemene verlichting is een witte of Tunable White (TW) ledstrip de beste keuze. Voor accentverlichting kan ook TW, RGB of RGBW worden toegepast. In de meeste gevallen worden monochrome strips in 2.700 K of 3.000 K gebruikt.

RGB en RGBW komen vooral voor in horeca en ontspanningsruimtes en creëren vooral sfeer. Tunable White wordt meestal in kantoren gebruikt om productiviteit te ondersteunen. Een hoge CRI is dan weer belangrijk in winkels en bij kunsttoepassingen.

Indien er een gezelligere sfeer moet gecreëerd worden, zoals in de horeca, bepaalde woonprojecten of een wellness, wordt er best gekozen voor Dim-to-Warm.

 

De juiste spanning


Voor korte stukken of toepassingen met veel snijpunten, zoals in meubels of trappen, wordt best een ledstrip van 12 V gebruikt.

Het nadeel van 12 V ledstrips is dat een hogere stroom en een hoger spanningsveld bij langere lengtes optreedt. Voor deze langere lengtes wordt 24 V-ledstrips aangeraden.

Ten slotte bestaan er ook de 230 V-strips. Deze worden meteen op de netspanning aangesloten, zonder aparte voeding. Deze zijn handig voor lange rechte afstanden, maar minder flexibel, grover en niet dimbaar via standaard drivers. Op die manier dus minder geschikt voor binnenbouw of bochtenwerk.

 

IP-Waarde


Wat de IP-waarde betreft, hangt dit af van de omgeving waarin de ledstrip wordt gebruikt.

  • Vochtige omgevingen (badkamer, keuken, overdekte buitenruimte): IP65.

  • Droge binnenruimtes: IP20.

  • IP67: tijdelijk onderdompelbaar (max. 30 min tot 1 m diep), geschikt voor gevels en tuinverlichting.

  • IP68: volledig waterdicht en langdurig bruikbaar onder water.


Daarnaast is ook UV-bestendigheid belangrijk. Zonlicht veroudert kunststoffen die niet geschikt zijn voor buiten. Kies daarom voor silicone coating (IP65 of hoger) en UV-gestabiliseerde profielen met bijhorende plexi’s.

 

Besturing en dimming


Ledstrips worden aangestuurd via een voeding (driver) die de netspanning omzet naar laagspanning (12 V of 24 V DC).

Voor dimbare toepassingen kan dit:

  • met een dimbare voeding

  • of met een ontvanger tussen voeding en strip (spanningssturing, PWM of protocollen zoals DALI of DMX).


De bediening kan via app, standaarddimmer, schakelaar, sensor of integratie in een lichtmanagementsysteem. Bij app-bediening kan dit via WiFi, Bluetooth of Zigbee, of via professionele systemen zoals Casambi.

 

PWM-dimmen vs spanningsdimmen



  • PWM-dimmen (Pulse Width Modulation): meest gebruikt; behoudt kleurtemperatuur en efficiëntie. Wel kans op flikkering bij lage frequenties of slechte componenten.

  • Spanningsdimming: verlaagt/verhoogt de uitgangsspanning. Minder nauwkeurig en minder efficiënt; kleur en helderheid veranderen. Zelden toegepast.


 

Flikkering bij dimmen


Correct dimmen betekent: stabiele lichtoutput zonder flikkering, goede afstemming driver-strip en soepele overgang in lichtsterkte zonder kleurverlies.

Tips om flikkering te vermijden:

  • Houd rekening met minimum belasting van de driver.

  • Gebruik dimmers geschikt voor ledstrips.

  • Gebruik kwaliteitsdrivers met hoge PWM-frequentie (min. 1 kHz, liefst 4–10 kHz bij camera-opnames).

  • Let op compatibiliteit tussen driver en dimmer.

  • Kies strips met constante stroomstabilisatie of geïntegreerde IC’s.

  • In studio’s, zorgomgevingen en retail zijn flikkervrije drivers essentieel.


 

Aandachtspunten bij installatie


Een goede installatie begint bij voorbereiding:

  • Bereken het benodigde vermogen.

  • Controleer of de voeding geschikt is.

  • Vermijd scherpe bochten of knikken.

  • Zorg voor een schone, droge, vlakke ondergrond.

  • Gebruik altijd een aluminium profiel (tenzij anders gespecifieerd).

  • Let bij aansluiting op de polariteit.

  • Houd rekening met spanningsverlies over lange lengtes.

  • Test de set-up voor definitieve montage.


 

Betrouwbaar montagemateriaal



  • Soldeerverbindingen zijn het meest betrouwbaar.

  • Professionele connectoren zijn handig maar kunnen loskomen.

  • Aluminiumprofielen zorgen voor koeling, bescherming en strakke montage.

  • Tape alleen geschikt voor vlakke, schone, niet-poreuze ondergronden.


 

Belang van aluminium profielen



  • Extra warmteafvoer.

  • Bescherming tegen stof en stoten.

  • Nette afwerking.

  • Verhoogt levensduur van de leds.

  • Vermindert lumenverlies door hitte.

  • Geeft een professionele uitstraling.


Zonder koeling kan een ledstrip al binnen enkele maanden zichtbaar degraderen.

 

Diffuser kiezen



  • Opalen diffuser: zacht en egaal licht, ideaal voor indirecte verlichting. Minder lichtopbrengst, maar meer visueel comfort.

  • Transparante diffuser: maximale lichtopbrengst, geschikt voor functionele toepassingen of inbouw uit het zicht.

  • Smoke diffuser (zwarte plexi): design-toepassing, vaak in donkere meubels. Minder lichtopbrengst.


 

Meest gemaakte fouten



  • Geen gebruik van aluminiumprofiel

  • Geen rekening houden met spanningsval

  • Ondergrond niet schoon of vetvrij

  • Onbetrouwbare connectoren gebruiken

  • Foute combinatie driver en dimmer

  • Verkeerd knippen of solderen

  • Geen test uitvoeren vóór montage

  • Verkeerde voeding of onvoldoende vermogensmarge

  • Verkeerde IP-waarde toepassen

  • Te strakke bochten of overrekking


Met medewerking van Govaerts Elektro, Ledvance en Tronix Lighting

Lees hieronder het gehele artikel in de Elektricien (aanklikbaar)
De juiste led-strips kiezen en installeren: een complete gids